CMC-1 artrose: vooral bij vrouwen

Vroeger moest je ermee leren leven, nu is de aandoening goed te behandelen: de CMC-1 artrose, de slijtage van het kraakbeen in het duimgewricht. CMC-1 artrose komt veel voor; vooral vrouwen boven de 50 jaar kunnen er last van krijgen. Duimbraces en polsduimbraces kunnen de gevolgen van CMC-1 artrose opvangen: de pijn, het krachtsverlies en de verstijving van het gewricht.

Het duimgewricht bestaat uit een zadelvormige beentje, het trapezium, en het middenhandsbeentje, de metacarpale 1 van de duim. Bij slijtage, de CMC-1 artrose, ontstaan klachten, zoals pijn en het verlies aan kracht, terwijl de grijpfunctie en de pincetgreep van het gewricht afnemen. Er kan een lokale zwelling ontstaan, het gewricht kan vervormen, de stand van de duim kan veranderen, de duim kan inzakken of zelfs uit de kom gaan staan.

Verlies van stabiliteit

Het duimgewricht is van de handgewichten die het meest gevoelig is voor CMC-1 artrose. Door de grote bewegelijkheid is het gewricht voor zijn stevigheid afhankelijk van de omliggende banden; deze ligamenten zorgen voor stabiliteit. Als deze banden in aanleg zwakker zijn of door het veelvuldige gebruik van de duim verzwakken, ontstaat speling in het gewricht met de kans op beschadigingen van het kraakbeen aan de oppervlakken van de gewrichtsdelen. De uiteindelijke slijtage wordt CMC-1 artrose genoemd.

Aanbevolen hulpmiddelen

Meestal wordt in overleg met de patiënt bij CMC-1 artrose voor een niet-operatieve behandeling gekozen om met name de pijn te verlichten en de belasting van het gewricht te verminderen. Een ergotherapeut of handtherapeut kunnen adviseren over een zo optimaal mogelijk gebruik van de duim. Tot de aanbevolen hulpmiddelen behoren duimbraces en polsduimbraces. Duimbraces zijn bij de duim voorzien van een balein of een spalkje van aluminium of kunststof, of ze zijn geheel in neopreen uitgevoerd. De pols-duimbraces stabiliseren zowel de pols als het duimgewricht. De stugge uitvoering is een intensief te gebruiken brace met vetersluiting die met een klittenbandje is vast te maken. Bij oudere mensen wordt meestal gekozen voor een comfortabele uitvoering met een aluminium balein voor de pols en een soepel baleintje voor de duim. Sommige hulpmiddelen voor CMC-1 artrose kunnen onder natte omstandigheden worden gedragen.

Vastzetten of vervangen

Als de niet-operatieve behandeling onvoldoende resultaat heeft of klachten verergeren, kan een operatie noodzakelijk zijn. Afhankelijk van werk, leeftijd, medische geschiedenis van de patiënt en de mate van CMC-1 artrose zijn er twee opties: het vastzetten van het gewricht, de artrodese, of het vervangen ervan, de artroplastiek. Doel van deze operaties is het wegnemen of sterk verminderen van de pijn.

 

 

deel: Email to someoneGoogle+Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn
MENU